AFSCHEIDSSPEECH

Speech afscheid Harry Dijksma als gedeputeerde van de provincie Flevoland. 28 januari 2010

Voorzitter, dames en heren Statenleden, dames en heren bestuurders en genodigden, lieve Royle, Anne, Dirk, Florentine en Charlotte,

Zoals u weet heb ik tien jaar in het Europese circuit mogen acteren. De gewoonten in Nederland wijken vaak enorm af van de meeste landen om ons heen. Royle en de kinderen zouden in een land als Frankrijk nu naast mij of achter mij staan, net als in de VS. Hoewel dat fysiek nu niet zo is, was dat al die jaren altijd wel zo. Jullie hebben kritisch en met liefde achter mij gestaan en niet geschroomd mijn beide benen op de grond te houden. Dank!

In de achttien jaar, dat ik voor de VVD deelnam aan het openbaar bestuur van Flevoland, is de dynamiek enorm toegenomen. Ik heb ook gezien hoe het liberale gedachtengoed hier in vele opzichten gemeengoed geworden is. De gezonde uitgangspunten van onze partij zijn in deze provincie altijd beloond door de kiezers. Ha, eindelijk kan ik weer een partijpolitieke uitspraak doen. In het dualisme konden wij als GS leden niet meer lekker meedoen aan het politieke debat. Dat miste ik soms wel.

Er is de afgelopen periode veel veranderd in Flevoland, maar in de Staten zijn de basisomgangsvormen gelukkig niet fundamenteel veranderd. Altijd hebben de Staten de opbouw van onze provincie voor ogen gehad en gezocht naar de overeenkomsten in plaats van de verschillen. Ik dank u dan ook voor de prima samenwerking en het vertrouwen dat u mij de afgelopen jaren heeft gegeven. Ook de VVD fractie heeft mij in alle opzichten veel steun gegeven.
Royle en ik wonen nu bijna 30 jaar in Almere. Vanaf 1980 is Almere met 175.000 mensen en de rest van Flevoland met 85.000 inwoners gegroeid. Onze vier kinderen zijn in Flevoland geboren en getogen. Flevoland is veel multicultureler geworden met nu 100.000 nieuwe Nederlanders, dat is een kwart van de bevolking. Flevoland gaat op voor de 400.000.
Maar niet alleen in de bevolkingsgroei hebben wij Flevolanders onze energie gestoken..….

Uit de lucht halen wij nu bijna 60% van onze energie en dat is 1/3 van de totale Nederlandse windenergie. Ga zo door Anne Bliek!
Wij geven een voorbeeld aan de landelijke politiek. Bij ons gaan innovatie, schone energie en economische groei – ook in 2009 – hand in hand.

Terug in de tijd. Flevoland heeft primair aan twee organen haar ontwikkeling te danken. De eerste is de Rijksdienst IJsselmeerpolders met het openbaar lichaam. Zonder directe democratische controle heeft deze dienst haar werk voortvarend aangepakt. De democratie in Flevoland heeft pas echt vorm gekregen toen de grote lijnen voor de ontwikkeling van Flevoland waren uitgezet.

De tweede Instelling die de ontwikkeling van Flevoland onevenredig heeft geholpen is de Europese Unie. Pieter Loos, Han Lammers en collega’s en naar ik begreep ook Ruud Lubbers hebben het voor elkaar gekregen om Flevoland in Brussel op de kaart te zetten als doelstelling I gebied tot ontzetting van de rest van Nederland. Wat waren ze afgunstig!

De Europese Unie heeft ons flink geholpen om die initiatieven te stimuleren, die na het opheffen van de Rijksdienst IJsselmeerpolders anders nooit van de grond gekomen zouden zijn. Vanaf 2000 hebben wij met het tweede Europese programma laten zien, hoe je zo veel mogelijk van het Europese geld kunt uitputten.

Als ik in het buitenland vertel, dat wij meer dan 95% van de middelen benut hebben, dan worden wij als een wonderdokter gezien. Hiermee hebben wij Flevolandse dromen waar kunnen maken.

Geld uit Europa krijgen, was al moeilijk, maar uit Den Haag was pas echt een klus. Toch is dat gelukt. Ik denk o.a. aan de 20 miljoen gulden voor Lelystad van het ministerie van EZ. Het ministerie sloeg op tilt als Dick Schutte en ik op Urk een visje gingen eten met Gerrit Ybema. De vrijdagmiddag besteedden wij goed.

Niet alleen de acht jaar dat ik verantwoordelijk was voor het Europees Programma, moesten we hard knokken voor elke cent in Den Haag. Het is nog steeds zo.
Het grootste succes van het Europees programma was het mobiliseren van alle Flevolandse actoren. Dit partnerschap heeft ervoor gezorgd, dat we jarenlang de meest innovatieve provincie waren. Daar hadden we toen geen universiteit voor nodig, maar de Europese Unie. Vanaf het begin hebben we alles goed gestructureerd opgebouwd.

We hebben in 1999 zelf de kaders neergelegd in het RITP, Regionaal Innovatie en Technologie Plan. Daarmee hebben we de basis voor de economische toekomst van een innovatief Flevoland gelegd. Collega Andries Greiner heeft dit vanaf 2003 naadloos voortgezet. Wat ook niet zo gek is, want als voorzitter van de KvK was hij al dik betrokken bij deze materie.

Gedeputeerde in en van Flevoland zijn, is een fantastische job. Ik heb dit werk met heel veel plezier gedaan. Zowel hier in Flevoland, Den Haag als in Brussel. De periode als voorzitter van de commissie Economisch en Sociaal beleid van het Comité van de Regio’s was daarbij het snoepje van de week. Vaak contact met Europese commissarissen en ambtenaren. Ik heb veel voor Flevoland en het MKB op Europese schaal kunnen doen en de ontvangsten waren fantastisch.

Van Athlone in Ierland tot Kavala in Griekenland, van Åland in Finland tot Syracuse op Sicilië. Overal heb ik vergaderingen en seminars mogen leiden. Ik heb de plaatselijke ontvangende bestuurders het respect kunnen geven, dat zij op dat moment wilden ontvangen.
Dat werd altijd met zeer veel dank in ontvangst genomen en zo heb ik Flevoland en het Comité van de Regio’s en haar onderwerpen dichter bij de regio’s en de burgers van Europa kunnen brengen.

Terug naar het college van GS. Ik wil al mijn collega’s, ook die van de afgelopen 11 jaar (Michel Jager, Laura, Wubbo, Dick en Jan) en onze directeuren en secretaressen heel hartelijk bedanken voor de plezierige samenwerking. We hebben in de verschillende colleges vol inspiratie gewerkt.

Een speciale gebeurtenis voor mij was de informatie na de verkiezingen van 2007 door de heer Henk Vonhoff, waarna ik de formatie van dit college mocht trekken. Dit resulteerde in het Hoofdlijnenakkoord, waarvan de visitatiecommissie bestuurskrachtmeting o.l.v. Loek Hermans nog onlangs aangaf dat hierin scherpe keuzes gemaakt zijn voor een effectief en efficiënt werkende provincie. Een mooi compliment. De formatie van dit college heeft de basis gelegd voor een prima samenwerking binnen de coalitie en daarbuiten. Ik denk daar met zeer veel plezier aan terug.

We hebben toen in onze overmoed wel één grote fout gemaakt. Het aantal van vier gedeputeerden is veel te weinig. Ik voel die drie jaar diep in mijn lichaam, de kaars brandde aan twee kanten, ik heb er zelfs een paar grijze haren van gekregen. —— Een groot deel van ons werk vindt plaats in Den Haag, Utrecht of Brussel. Andere provincies kunnen kiezen uit zeven gedeputeerden om aanwezig te zijn, wij moesten met vier altijd schipperen met onze keuzes en tijd. Een IPO bestuurslidmaatschap kost voor Flevoland zeker net zoveel tijd en energie als voor anderen. Dat weten John en ik allebei uit ervaring.
Ik permitteer mij de uitspraak van oud minister Luns als metafoor te gebruiken: “Nederland is zo klein, dat het veel meer buitenland heeft

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Comments are closed.